Oud worden is van alle tijden. Toch is ouder worden zoals dat in onze tijd plaats vindt nieuw in de geschiedenis. Even de highlights op een rij. De levensloop heeft zich in de laatste 150 jaar verdubbeld. Dat is een grotere winst in levensverwachting dan de 5000 jaar die daaraan vooraf ging. Schattingen geven aan dat er van alle 65-plussers die ooit hebben geleefd, de helft op dit moment in leven is. In 2030 is een derde van de Nederlandse bevolking 60+ En nog nooit werden we zo oud als nu; de gemiddelde levensverwachting van de kinderen na 2000 geboren ligt rond de 100 jaar – de eerste 135-jarige in Nederland is tussen 2000 en 2010 geboren.

De twintigste eeuw vormt een nieuw en uniek hoofdstuk in de geschiedenis wanneer het gaat om ouder worden. We hebben geen voorbeelden waaruit we lering kunnen trekken. Misschien best een eng idee: wij zijn nu het nieuwe oud worden zelf aan het uit vinden. De nieuwe ouderdom is meer dan een demografisch feit; het is een antropologische revolutie. Belangrijke vraag is hoe die revolutie aangevoerd moet worden, en door wie. En…waar gaat de revolutie heen, wanneer is deze als geslaagd te beschouwen?

Het ‘succesvol’ oud worden (healthy aging), is wanneer het letterlijk wordt opgevat een hype te noemen. De positieve toon, het ‘omdenken’ dat in deze visie zit verpakt, de focus op kansen, mogelijkheden – wekt irritatie bij ouderen, omdat zij aan hun eigen lichaam en soms ook geest ervaren dat zij verouderen. Zij zien bij zichzelf, bij hun partner en vrienden dat ouder worden ook zijn tol eist. Je kunt niet ‘gezond verouderen’. Het geeft mensen een valse voorstelling van zaken. Wel kan er door in te grijpen het verouderingsproces voor worden gezorgd dat het verouderingsproces minder snel verloopt. Tegelijk kan er voor worden gezorgd dat gezondheidsproblemen die evidente problemen opleveren bij ouderdom (zoals overgewicht) in het kader van voorzorg eerder in het leven wordt opgepakt. Schade aan de gezondheid kan daarbij niet volledig worden voorkomen, maar naar een latere leeftijd worden verschoven. Langer gezond blijven behoort dus wel tot de mogelijkheden. Een langere fase van ongemakken is, bij de toename van de levensverwachting zoals wij die nu kennen, onvermijdelijk. De winst is te behalen in het verkleinen van deze fase – en de fase van gezond oud zijn zo lang mogelijk te laten duren.

Ouderen voelen zichzelf niet oud – en dus is er in die zin sprake van ‘succesvol oud zijn’. Ouderen beoordelen hun eigen gezondheid als zeer goed (minder dan 10% van de ouderen ervaart zijn gezondheid daadwerkelijk als slecht), ook wanneer de arts aangeeft dat er iets aan de hand is (disability-paradox). De ervaren gezondheid ligt voor deze mensen dichter bij ‘kwaliteit van leven’ en ‘welbevinden’. Let wel; het domein van de gezondheid staat hier dus niet centraal – het domein waar de sociaal werker zich op bevindt wel! Hoe belangrijk de sociale component is ten opzichte van de gezondheid van ouderen wordt duidelijk als we stil staan bij de impact van het volgende citaat: ‘Ouderen met een klein sociaal netwerk hebben een hoger sterfterisico dan rokers, terwijl roken als een aan de grootste risicofactoren voor ziekte en overlijden wordt beschouwd’[1]. Duidelijk wordt zo ook waar er naast medisch-technische oplossingen, winst geboekt kan worden in het sociale domein.

Het feit dat we met elkaar steeds gezonder en vitaler oud worden biedt heel veel kansen. Ouderen vormen niet alleen een probleem, zoals het maatschappelijke debat rond de kosten van de zorg soms doet vermoeden. Er moet wel nagedacht worden over de wijze waarop deze kansen mogelijk zijn in een samenleving waarin de vraag kan worden gesteld of ouderen een volwaardige positie innemen. Vitaliteit kan niet alleen worden verwacht van ouderen zelf – ook onze samenleving, onze organisatie(s) en dus ook onze hulpverleners zullen een vitale levenshouding moeten omarmen, waarin alle ruimte is voor eigen regie en zelfstandigheid. De stem van de ouderen zelf zal bij de herstructurering van de gezondheidszorg, en ook bij onze visievorming op ouderen steeds beter moeten worden gehoord en zou richtinggevend moeten zijn bij de hulpverlening aan deze zeer diverse doelgroep.

Magteld Beun

[1] Westendorp, R. (2014). Oud worden zonder het te zijn. Over vitaliteit en veroudering. Atlas Contact: Amsterdam/Antwerpen.